COVID-19

Laatste update: 22-05-2020 15:00

Beste Konijnenhouder,

Hieronder vindt u mijn antwoorden op veelgestelde vragen i.v.m. de bloednames voor Corona die nu op veel bedrijven plaastsvinden. ‘Mijn’ antwoorden omdat ze een combinatie zijn van de informatie die mij werd verstrekt vanuit de Gezondheidsdienst, veterinaire kennis en mijn ervaring met gelijkaardige projecten bij varkens en kippen. Dit is dus géén officiële communicatie van de overheid maar heeft tot doel om u zo goed mogelijk te informeren.

Indien u nog vragen heeft, aarzel dan niet om deze te stellen. Zo wordt deze informatiepagina steeds beter.

Jan Willems, Dierenarts

Om te kunnen antwoorden op de volgende vragen:

  • Welke gehouden diersoorten zijn gevoelig voor COVID-19?
  • Hoe gedraagt het virus zich bij deze diersoorten?
      • Besmetten ze ook elkaar of is elke besmetting terug te leiden naar contact met een besmette mens?
      • Stopt de infectie uiteindelijk vanzelf of blijft het rondzwerven?
      • Zijn er symptoomloze dragers?
      • In welke mate en hoe wordt het virus uitgescheiden?
  • Kunnen deze diersoorten een besmettingsbron zijn voor mensen?

Toelichting:
Aangezien het COVID-19 virus van dier naar mens is overgesprongen is het aannemelijk dat de omgekeerde weg ook mogelijk is d.w.z. naar vleermuizen. Maar ook naar andere diersoorten? Eerst waren er enkele gevallen bij katten en honden maar dit waren telkens de huisdieren van besmette én zieke mensen. Toen er ook uitbraken op nertsenbedrijven bij kwamen werden bovenstaande vragen plots veel relevanter. Mocht blijken dat COVID-19 zich ook bij onze (landbouw)huisdieren in stand kan houden , wordt het meteen veel ingewikkelder om een gebied (zoals Nederland) COVID19-vrij te krijgen.

Welke stalen er nodig zijn en/of hoe die genomen worden, hangt af van de onderzoeksvraag die men stelt (zie hierboven).

  1. Aantonen van de aanwezigheid van het virus doen we met een PCR-test.
    Een PCR-test toont de aanwezigheid van DNA of RNA aan, maar ook niets meer. Zo is het mogelijk om bvb. het VHD-virus aan te tonen op de handen van een zieke konijnenhouder. Men kan dan concluderen dat VHD aanwezig is bij deze konijnenhouder maar niet dat hij er ziek van is. Logisch denk u, hij is immers geen konijn maar bij COVID-19 is dat al niet meer zo duidelijk. Daarom heeft het ook weinig zin om gezonde mensen te testen voor COVID-19 met een PCR-test.
  2. Het aantonen van een ziekteproces doen we met een ELISA test.
    Een ELISA-test toont antistoffen aan in het bloed. Deze antistoffen kunnen enkel aanwezig zijn wanneer het dier een ziekteverwekker (zoals COVID-19) heeft ontmoet én de ziekte, al dan niet symptoomloos, heeft doorgemaakt. Dat laatste is nu belangrijk omdat het aantoont dat een dier ook ‘gevoelig’ is voor COVID-19.

Als veehouder heeft u de keuze tussen het verkopen van voedsters aan de Gezondheidsdienst te Deventer of bloed te laten afnemen door uw dierenarts. In beide gevallen is een vergoeding voorzien. Het is dus niet verplicht om dieren aan de gezondheidsdienst te verkopen, het is wel verplicht om het ene of het andere te kiezen wanneer u gevestigd bent in de provincie Limburg of Noord-Brabant.
Over de keuze die u zou moeten maken zijn de meningen verdeeld. Overleg daarom met uw dierenarts en win advies in bij LTO.

Ook in de Noordelijke provincies werden bij enkele bedrijven konijnen aangekocht door de Gezondheidsdienst. Dit heeft als reden dat daar veel minder COVID-19 gevallen waren bij mensen en dus de kans op een COVID-19 besmetting bij konijnen ook veel lager is. Het bloed van deze dieren wordt gebruikt om de ELISA-test op punt te stellen voor konijnen (zie verder).

  • Gezien het maatschappelijk belang en de politieke druk wil men onmiddellijk kunnen testen van zodra de test klaar is. Men verwacht de ELISA-test klaar te hebben rond 1 juni. Daarom wordt aan ons gevraagd om tegen dan bloed verzameld te hebben.
  • Voor het testen van zieke mensen (en dieren) wordt de PCR-test gebruikt, een ELISA-test is niet geschikt om een ziekteverwekker aan te tonen wanneer mensen acuut ziek zijn. De antistoffen verschijnen immers met vertraging in het bloed, net zoals bij vaccineren.
  • Bij een ELISA-test wordt serum (= bloed – rode & witte bloedcellen) in contact gebracht met het antigeen, stukjes COVID-19 in dit geval. Wanneer het serum antistoffen bevat tegen COVID-19 zullen deze zich binden aan COVID-19 antigenen. Dit is dan het bewijs dat het betreffende konijn COVID-19 heeft doorgemaakt. Echter dit kunnen we niet zien met het blote oog. Daarom zijn nog enkele bijkomende stappen nodig om een kleuromslag te krijgen zodat deze binding zichtbaar wordt.
    Deze bijkomende stappen moeten per diersoort opnieuw ontwikkeld worden. Dit is de reden waarom de test voor konijnen nog niet op punt staat en tevens waarom bloed nodig is van konijnen uit de Noordelijke provincies.

Bij deze konijnen wordt bloed afgenomen waarna ze worden geëuthanaseerd. Tevens worden er ook stalen van de longen bewaard voor eventueel verder onderzoek naar het ziekteverloop van COVID-19 bij konijnen.

Omdat er zorgen waren binnen de sector dat deze konijnen ook voor andere doeleinden worden gebruikt, m.n. politieke doeleinden, werd het volgende toegezegd door Rob Nijland, Hoofd Binnendienst Pluimvee bij de GD:

  • Er wordt géén autopsieverslag gemaakt (waarop eventuele gebreken vermeld zouden worden)
  • Het bloed en de longen worden uitsluitend gebruikt voor COVID-19 onderzoek.

De Coronavirussen zijn een virusfamilie met zeer veel stammen en varianten en die voorkomen bij zowat alle gehouden (landbouw)huisdieren. Ook bij konijnen zijn coronavirussen beschreven en deze zouden misschien een rol kunnen spelen bij sommige diarreegevallen. De combinatie ‘rota-corona’ klinkt u misschien wel bekend in de oren omdat dit beruchte diarreevirussen zijn bij biggen en kalveren.

Wanneer een nieuwe variant verschijnt die ziekte veroorzaakt, krijgt niet alleen deze nieuwe variant een naam maar ook de ziekte die zij veroorzaakt. In dit geval COVID-19 (Corona Virus Disease 2019) of SARS-Cov-2 (Severe Acute Respiratory Syndrome = ernstig, acuut respiratoir syndroom).

Omdat er zoveel verschillende Coronavirussen bestaan, zijn alleen testen die het onderscheid kunnen maken tussen COVID-19 en andere coronavirussen zinvol. Dus ook de Gezondheidsdienst zal moeten aantonen dat hun ELISA-test specifiek voor COVID-19 is.

Daar zijn we nog lang niet. Laat ons eerst eens kijken naar de gevolgen van negatieve en positieve testresultaten.

Optie 1: er worden geen antistoffen aangetoond.

Dit kan twee dingen betekenen: ofwel is het konijn niet gevoelig voor COVID-19 ofwel zijn er geen konijnen in aanraking gekomen met COVID-19. In dit laatste geval is het waarschijnlijk dat de verzorgers ook geen COVID-19 in de stal hebben gebracht. We weten dan dat het niet bij onze konijnen is rondgegaan maar we hebben nog niet onomstotelijk aangetoond dat het konijn ongevoelig is voor COVID-19.

Optie 2: er worden wél antistoffen aangetoond.

Dit bewijst dat COVID-19 zich in konijnen kan vermenigvuldigen en in meer of mindere mate ziekte kan uitlokken. Er is dan een kans, geen bewijs, dat een konijn op zijn beurt een mens zou kunnen besmetten. Er is dan ook een kans, geen bewijs, dat het COVID-19 virus zich bij konijnen kan “verschuilen” (symptoomloze dragers) en dat konijnen een permanente besmettingsbron kunnen vormen. Dit zal men dan verder willen uitzoeken.

Gaan ze bedrijven met positieve testresultaten ruimen?

Dat zal niet snel gebeuren, net zoals dat nu nog niet gebeurd is met de nertsenbedrijven. Het verplicht ruimen (stamping-out) is een methode die wordt toegepast wanneer een ziekte de kop op steek in een ziektevrij gebied én de betreffende diersoort niet gevaccineerd mag worden. Het is dus een drastische methode om een ziekte buiten de deur te houden. COVID-19 is op dit ogenblik overal ter wereld aanwezig, het is dus compleet zinloos om een bedrijf van een paar honderd vierkante meter vrij te willen krijgen. Daarnaast is het onmogelijk om alle katten, fretten, konijnen en wat nog meer uit te roeien. Wat nu gebeurt bij de nertsen is logisch, namelijk de bedrijven isoleren zodat het virus zich niet verder kan verspreiden en de infectie laten uitdoven. Uiteindelijk zou men met de gedode nertsen ook door Nederland naar Rendac moeten rijden, een onnodig risico voor de volksgezondheid.

In grote lijnen zijn de stappen die gevolgd worden om een gebied vrij te krijgen van een ziekte de volgende:

  1. Alle dieren (en mensen?) verplicht vaccineren tot er een tijd lang geen enkel ziektegeval meer gemeld wordt
  2. Verbieden om te vaccineren (tenzij er een test bestaat die onderscheid kan maken tussen gevaccineerde dieren en dieren die ziek geweest zijn)
  3. Na bepaalde tijd wordt men dan “vrij” verklaard
  4. Wanneer de betreffende ziekte onverhoopt toch de kop opsteekt, wordt er onmiddellijk geruimd (vogelgriep, varkenspest, MKZ, … )

We zijn dus nog lang niet bij de laatste stap.

Enig voorbehoud neem ik hier wel in acht: Ten eerste is er de onverhoopte situatie waarbij konijnen symptoomloze dragers zouden blijken en dus een permanente besmettingsbron voor mensen blijken te zijn. Echter, zolang er geen ziekteverschijnselen bij konijnen worden gemeld (ook niet bij hobby of wild) acht ik de kans verwaarloosbaar.  Ten tweede is er nog de politiek.